Noten bij generatie XIV
(bij paragraaf XIV.30)
"Steeds meer vrouwen met minderjarige kinderen werken. Bijna de helft van hen heeft een baan en meestal werken zij in deeltijd. Hoe valt dat te combineren met thuis?"
Zo begint de inleiding van een paginagroot artikel in Trouw van zaterdag 9 mei 1998. De tekst vervolgt: "Trouw liep een dag mee met twee moeders: Inge Glimmerveen uit Zwolle (twee kinderen, geen baan) en Iris Poelert-Lutz uit Den Haag (twee kinderen, interim-manager). De één: "Ik moet er niet aan denken dat ik direct naar m'n werk zou moeten hollen". De ander: "Ik zou niet gelukkig zijn als ik niet zou werken".
In het artikel - geschreven door Esther
Hageman en Edwin Kreulen - wordt verteld hoe Inge Glimmerveen en Iris Poelert van uur tot uur een
willekeurige dag doorbrengen.
De passages over Inge Glimmerveen:
| 07.00 uur
Inge Glimmerveen (35) ontwaakt in de nieuwbouwwoning in Zwolle-Zuid, die ze deelt met Oebele (gemeente-ambtenaar, 35), Jelle (5), Noor (3) en konijn Snuffie (1). Het wordt een relatief drukke ochtend voor Inge, want Noor moet worden klaargestoomd voor de peuterspeelzaal. Op andere dagen kan ze rustig tot tien uur in pyjama rondlopen. "Eigenlijk zou ik 's ochtends natuurlijk veel meer kunnen doen, maar het is ook wel lekker om rustig te beginnen". De kinderen worden aangekleed door Inge en haar man en na het ontbijt vertrekt Oebele met zoonlief op de fiets naar school. "Andere moeders vinden het een enorme luxe dat mijn man hem wegbrengt. Wees dankbaar, zeggen ze dan. Ik vind het vrij normaal, maar dankbaar ben ik heus wel", zegt Inge. 08.00 uur De een gaat naar het werk, de ander niet. Inge Glimmerveen verruilde
vijf jaar geleden haar baan als maatschappelijk werkster voor een
eenjarige opleiding 'preventiewerk'. Sinds die tijd werkt ze niet meer,
maar is ze voltijds huisvrouw. "Dat woord gebruik ik eigenlijk nooit,
er kleeft toch een smet aan, maar ik ben het natuurlijk wel. Ik zeg
meestal dat ik veel voor m'n kinderen zorg". 09.00 uur "Versta je me niet, heb je soms bananen in je oren?", is de tekst die Inge krijgt toegeworpen van een drukke Noor. "Zeg rustig aan hè!" Inge heeft inmiddels tijd om Noor aandacht te geven. Soms twijfelt Inge wel of ze haar kinderen niet te véél aandacht geeft. "Meestal heb ik wel een vrij zeker idee dat ik het niet slecht doe met de kinderen. Maar ook voor hen is het goed te merken dat mama soms iets anders te doen heeft. Ik loop dan even naar boven en ga daar bijvoorbeeld stofzuigen. Het is wel leuk: iedere dag is anders voor mij." |
"Ik wil ouders die beiden veel werken niet tekort doen", zegt Inge, "maar ik denk voor mijzelf dat het heel lastig was geworden op het kinderdagverblijf. Jelle is daar de eerste twee jaar geweest en toen werkte ik nog, maar ik merkte dat ik het prettigste op m'n werk zat op de ene dag dat Oebele thuis was met de kinderen. Dan weet je zeker dat je niet gestoord wordt. Ik denk dat dat ook het grootste probleem is, mannen die zoveel werken en de eis dat je in een leidinggevende functie niet in deeltijd kunt werken. Dat is nog wel meer het probleem dan het gebrek aan kinderopvang, waar zoveel over gepraat wordt." 14.45 uur Tijd voor Inge om Jelle op te halen bij de Montessorischool Zwolle. Noor mag op de fiets onder begeleiding de wijk door, af en toe van de straat gehouden door haar moeder. Niet voor niets heeft Inge zich aangemeld als 'verkeersouder' om de veiligheid rond school en op weg van huis naar school te vergroten. "Dat zijn de extra dingen waarvoor ik tijd heb." Als Noor volgend jaar ook naar school gaat, kan Inge misschien wat meer gaan werken. "Er is wel werk, maar men wil bijna altijd dat je dan minstens twintig uur werkt. En in dat geval moet ik weer veel extra regelen: kinderdagverblijf, oppas. Mijn man kan eventueel wel een dag minder gaan werken, maar een halve werkweek vindt-ie weer te kort. Dan maar helemaal thuis, zegt hij. En ik zie het niet zitten om fulltime te gaan werken en het hele inkomen te moeten verzorgen. Dan moet je toch carrière maken, nog meer en harder werken. Dat zie ik niet zitten naast de opvoeding." 17.00 uur Inge en de kinderen zitten al aan het avondeten. "Op die manier ligt Noor op tijd in bed. Ze slaapt overdag niet meer, als ze later gaat, dan kan ik dat de volgende dag goed merken." Inge kookt bijna altijd. Als Oebele thuiskomt, zit de rest van de familie al aan het toetje. Daarna gaan de kinderen naar bed - in de regel doen de ouders dat samen. Ook de etensspullen ruimen ze samen op. 19.00 uur Als het goed gaat, heeft Inge vanaf nu de tijd voor zichzelf. "Ik probeer zoveel mogelijk daarvoor al op te ruimen, tussen het werk met de kinderen door. Want zo heb je tenminste nog iets aan je avond." Op tijd naar bed is haar grootste wens. "Eigenlijk moeten we er om half elf in liggen: Noor komt ons 's nachts nog wel eens wakker maken en aan zes uur slaap heb je niet genoeg, zeker niet als het iedere nacht zo weinig is. Maar ja, we zijn avondmensen en het wordt al snel tegen de twaalf uur." 24.00 uur Inge kan haar hoofd op het kussen vlijen. Bijvoorbeeld om nog even terug te denken aan 's middags, toen ze Noor vroeg: "Wil je een tekening maken?" om zelf even rustig te kunnen praten. "Alleen als jij de hele dag thuisblijft".
|
Topman verwisselt Ballast-Nedam
voor studie filosofie
(bij paragraaf XIV.41)
"Ik had het gevoel dat ik iets miste". Dat is de hoofdkop boven het artikel dat op 7 oktober 1993 verscheen in Mare, Leids Universitair Weekblad. De complete tekst van het artikel, geschreven door Peter van de Beek, staat hieronder.|
|
||
|
Filosofie interesseerde hem al van jongsaf, maar studeren, dat zat er kort na de oorlog niet in. Geen geld. Hij beloofde zichzelf dan maar eerst carrière te maken en pas daarna een geestelijk fundament te leggen. Vorige maand stapte Ballast-Nedam-topman en student filosofie A. Glimmerveen (71) uit het internationale zakenleven, om na jaren weer eens écht tijd te hebben voor zijn in het slop geraakte studie. "Ik hoef niet af te studeren, maar het zou leuk zijn als het nog kan. Ik zou het réuze lollig vinden als er in mijn laatste advertentie drs. voor mijn naam staat". Eigenlijk kan ik niks, bekent hij. Een olieverfdoekje of een stukje op
het huisorgel, dat gaat nog wel. Maar verder? "Ik weet dat ik niks echt
goed kan. Nou ja, een beetje business misschien en dan vooral marketing.
Maar dat is ook niet zo rechtlijnig. Daarbij moet je niet verzinnen of iets
klópt, maar of de mensen het willen hebben. Dat kon ik wel, dat proces is
vaak helemaal niet logisch." Heideggers filosofie over Sein und Zeit
is het wel, en daar heeft hij het dan ook 'verduveld moeilijk' mee. Aldus A.
('Zeg maar Arie') Glimmerveen (1922), derdejaars filosofie, voormalig group
coordinator marketing bij Shell en tot vorige maand voorzitter van de raad
van bestuur van het Nederlandse aannemersconcern Ballast-Nedam. Maar waarom zijn die drie letters en een punt zo vreselijk belangrijk voor iemand die in zijn carrière, om maar eens wat te noemen, bij Shell in Londen studie maakte van het brandstofgebruik in India en Zuid-Amerika, in Europa, Noord-Afrika en tenslotte worldwide de marketing coördineerde van Shell-aardolieproducten en namens Ballast onderhandelde met de koning van Saudi-Arabië over een openstaande rekening van meer dan een miljard gulden? |
Omdat het hem nog steeds dwars zit dat hij na het gymnasium niet de kans
had om te studeren. Aan het begin van de oorlog was er nauwelijks geld en vijf
jaar later kon hij helemaal niet meer terugvallen op het weduwenpensioentje
van zijn moeder - zijn vader was al overleden in 1932, toen Arie tien was.
Daarop sprak hij met zichzelf af dan maar eerst carriere te maken en pas
daarna aan zijn 'opvoeding' te werken. U bent als zakenman zeer geslaagd, u heeft in uw werk alle continenten bereisd, koningen en admiraals ontmoet, u heeft als het ware een graad behaald in het leven. Waarvoor studeert u dan eigenlijk nog? "Ik heb het mijn hele carriere als een enorme handicap ervaren dat ik
geen graad had - 'Geen slechte vent hoor, maar hij is geen graduate'. Daar
groei je overheen, maar het was erg moeilijk. Het heeft bijvoorbeeld jááren
geduurd voordat ik een speech durfde af te steken of iets durfde vragen. Als
ik iets niet heel zeker wist, liet ik de vraag stellen door een collega die
wel gestudeerd had. Ik had het gevoel dat ik zonder een universitaire studie
iets miste, een fundament, een perspectief dat mijn collega's wel
hadden". | |
(bij paragraaf XIV.42)
"
Na het weekeinde waarin Paul Glimmerveen was overleden, publiceerde het Eindhovens Dagblad een aan hem gewijd artikel dat hierboven is weergegeven. De tekst luidt:
EINDHOVEN - Paul Glimmerveen, directeur van Theater Het Klein, is afgelopen zaterdag op 48-jarige leeftijd overleden. Hij was al geruime tijd ziek. Glimmerveen, geboren op 1 juni 1948 in Rotterdam, was niet alleen de oprichter van het Eindhovense theater, maar ook de zakelijke kracht achter het avant-gardistische bewegingsgezelschap van zijn vrouw, Halina Witek.
Theater Het Klein werd in 1977 onder de naam Klein Pantomimetheater door Paul Glimmerveen opgericht en was in eerste instantie gehuisvest aan de Jan Smitzlaan. Naderhand verhuisden het theater en het gelijknamige gezelschap naar de Paradijslaan.
Hoewel de eigen producties van Het Klein succesvol waren in binnen- en buitenland (het gezelschap maakte tournees door onder meer India en Japan) moest Glimmerveen regelmatig de barricaden op om de toekomst van zijn theater veilig te stellen. In eerste instantie werd Het Klein met name voor zijn eigen mime-producties gesubsidieerd door het ministerie van CRM en nadien WVC, maar toen die subsidie eind jaren tachtig wegviel, leek het doek voor het Eindhovense theatergezelschap te zijn gevallen. Een intensieve lobby van Paul Glimmerveen en de zijnen bij de Eindhovense politiek zorgde ervoor dat Het Klein behouden kon blijven. Het theater ontwikkelde zich daarbij tot een platform voor dans, terwijl het met Halina Witek zijn eigen producties bleef uitbrengen.
Glimmerveen was echter niet alleen een zakelijke leider pur sang. Hij verzorgde ook de techniek bij verschillende producties, en had een ware passie voor fotografie. Regelmatig werden in theater Het Klein foto’s van zijn hand getoond, foto’s die hij maakte van de producties van zijn vrouw Halina. Het waren foto’s ook, die met een scherp gevoel voor sfeer en detail verhaalden van de thema’s uit die voorstellingen: droom, angst en de vervreemding van de mens in een door macht geobsedeerde en veranderende wereld.
(In de laatste alinea van het artikel wordt gemeld dat de volgende dag een afscheidsdienst wordt gehouden waarna de begrafenis volgt).
(bij paragraaf XIV.61)
Caroline Bockweg, dochter van Johanna Wilhelmina Glimmerveen en Karel Bockweg, is in 1973 begonnen met de invoering van het Bliss-symbolensysteem in Nederland. Wat is dat? Zij legt het als volgt uit:
|
Voorpagina van de folder van het Bliss-symbolen communicatiecentrum, |
![]() |
|
Enkele van de eenvoudigste Bliss-symbolen. |
Het Bliss-symbolensysteem is bedacht door Charles Bliss. Hij heette oorspronkelijk Karl Blitz, was van
joodse afkomst en natuur- en scheikundige. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij opgesloten in een
concentratiekamp. Met de hulp van een bewaker wist hij te ontsnappen.
In Engeland veranderde hij zijn naam in Charles Bliss. Hij bedacht hij dat mensen uit verschillende
taalgroepen beter met elkaar zouden moeten kunnen
communiceren om zo oorlogen te voorkomen. Nadat hij met Chinese karakters in aanraking was
gekomen, bedacht hij een symbolensysteem dat bedoeld was voor wetenschappers die het tijdens congressen
zouden kunnen gebruiken. Al sprak
men niet dezelfde taal, men zou toch kunnen communiceren.
Hij werkte zijn systeem uit in zijn in 1949 verschenen boek Semantography, a logical writing for an
illogical world. Voor het doel waarvoor het bedacht was, werd het systeem evenwel niet gebruikt.
In 1971 zocht het Ontario Crippled Children Centre in Toronto (Canada) een systeem om niet sprekende
kinderen te laten communiceren. Het centrum nam contact op met Bliss. Deze was bepaald niet enthousiast
over het idee dat zijn systeem door gehandicapten gebruikt zou worden. Nadat men hem had verzekerd dat zijn
systeem altijd zijn naam zou dragen, gaf hij uiteindelijk toestemming.
Caroline Bockweg was in 1973 werkzaam op Revalidatiecentrum De Trappenberg in Huizen. Samen met een
collega logopedie, Els Koerselman, zocht zij een methode die ertoe zou kunnen leiden dat
kinderen die niet kunnen praten, toch zouden kunnen communiceren. Lezen was voor hen veel te moeilijk.
Het aanwijzen van letters om te communiceren werkte dus niet.
Via een revalidatiearts kwamen Caroline Bockweg en Els Koerselman in het bezit van honderd Bliss-symbolen.
Zij probeerden deze uit bij de kinderen en... het werkte fantastisch!
Sinds 1973 volgden Caroline Bockweg en Els Koerselman vele scholingen. Sinds 1982 wordt, met toestemming
uit Canada, de Bliss-symbolenbasiscursus gegeven. De cursus bestaat (in 2005) nog steeds.
(Els Koerselman is 09.07.2003 na een kort ziekbed overleden. Zij is 32 jaar
aan De Trappenberg verbonden geweest.)
Het Bliss-symbolensysteem wordt nu in meer dan zeventig landen gebruikt als vorm
van ondersteunde communicatie. Behalve voor lichamelijk gehandicapten blijkt het
ook voor sommige geestelijk gehandicapten en bepaalde groepen afasiepatiënten
een waardevolle aanvulling op andere communicatievormen. Zo krijgen steeds meer mensen die
niet kunnen spreken, een stem. Er zijn tegenwoordig (2005) ook computers met spraakuitvoer waarop
Bliss-symbolen prijken.
Het Nederlandse Bliss-symbolencommunicatiecentrum is gevestigd op Revalidatiecentrum De Trappenberg in Huizen.
Belangstellenden kunnen daar meer informatie krijgen.