Terug naar paragraaf XIII.42

Het volgende artikel staat in het Rotterdams Jaarboek 1999:

Catharina Roodzant-Glimmerveen 1896 - 1999

Rotterdamse Schaakkampioene

door Wijnand Dobbinga

Op 24 februari 1999 overleed Catharina Roodzant ( Toos voor haar vrienden} op 102- jarige leeftijd. Bij haar druk bezochte crematie in crematorium-zuid bleek dat, afgezien van de familie  en goede vrienden, vooral de schaakwereld een bijzondere persoonlijk heeft verloren.

Onverbrekelijk was haar leven met deze denksport verbonden nadat zij op dertig jarige leeftijd voor het eerst een schaakvereniging bezocht.

Nauwelijks tien jaar later was ze opgeklommen tot een niveau dichtbij de wereldtop. Na de tweede wereldoorlog, in welke periode  nauwelijks geschaakt werd, behaalde zij minder successen dan voorheen, Wel bleef Catharina nadrukkelijk aanwezig in de schaakwereld, die de Rotterdamse tot op honderdjarige leeftijd in wedstrijd verband  zag uitkomen. 

Haar Jeugdjaren

Een echte Rotterdamse was ze zeker: haar beide ouders waren in de Maasstad geboren.

Vader Leendert Glimmerveen was sleper, die vrachten vervoerde met een sleperskar. Uit zijn huwelijk Johanna Catharina Deelman kwamen elf kinderen voort, onder wie Catharina die na vier jongens als eerste meisje op 21 oktober 1896 het levenslicht zag op het adres Snellemanstraat 115.

Rond 1910 stond kinderbijslag nog niet op het programma en was eigen inkomen van de kinderen zeer welkom als het al geen noodzaak was. Zeker van een meisje werd geen glanzende  loopbaan verwacht, zodat Catharina na de lagere school bij haar tante mocht meehelpen met het schoonmaken. Op die lagere school was overigens wel geconstateerd dat zij niet tot de domsten behoorde.

Geïnspireerd door Henriëtte Roland Holst werd Catharina door het socialisme gegrepen. Zij meldde zich rond haar vijftiende jaar als lid aan van de jeugdbeweging  De Zaaier, die aan de SDAP was verwant. Ze werd er actief als secretaresse. Een verengingen waarin veel gedebatteerd werd maar ook gewandeld: bij uitstek een prima plek om contacten te leggen. En zo geschiedde. Ze kwam er David Roodzant tegen, een paar jaar oudere jongeman uit Dordrecht die lid was van dezelfde organisatie. Die ontmoeting heeft heel veel van haar leven bepaald.

Eerste ontmoeting met de schaaksport

 Op 2 januari 1918 trad ze met David in het huwelijk. Nog geen jaar later, op 5 februari 1919, vertrok het jonge stel naar het stadje Barking in Engeland waar David aan het werk ging als technicus. In Engeland  werden drie kinderen geboren: John in 1919 en de tweeling Reginald en Ivy (in 1921) kregen dankzij hun naam een Engels stempel mee voor de rest van hun leven. Het Engelse avontuur duurde nog geen drie jaar: reeds in oktober 1921 keerde het gezin terug naar Nederland waar David Roodzand werk vond als bankwerker bij de RET.

Ongetwijfeld het meest bepalende in Catharina’s  leven was haar relatie met de schaaksport, die dankzij haar huwelijk ontstond. Daarover doen enkele verhalen de ronde. Echtgenoot David was een fanantieke schaker die regelmatig thuis vrienden ontving voor een partijtje. Catharina keek bij zo’n gelegenheid zwijgzaam toe. Een bepaalde afgebroken stelling bleek echter haar bijzondere belangstelling te trekken. David meende daarin een kansrijke voortzetting te hebben gevonden.

Zelf vertelde ze in een kranteninterview:  ‘Ik sta te stofzuigen, mijn man is naar zijn werk. Ik bekijk de stelling op het bord. Ik zie die stukken staan en denk. die oplossing is mooi knudde. Dat vertel ik hem ’s avonds, onder het eten. De blijdschap van David  over deze ontdekking moet niet gering zijn geweest. Veel tijd stak David in haar schaakontwikkeling en niet tevergeefs: in 1929 werd ze als eerste vrouw lid van de schaakvereniging De Pion.

Een schokkende ervaring voor vele leden want in die jaren, meer dan nu het geval is, was een vrouw die kon schaken een unieke verschijning. Echtgenotes van de schakende heren waren niet gelukkig met deze onvoorziene ontwikkeling in een van oudsher mannenbolwerk. ‘Deze vrouw komt niet om te schaken, maar om geschaakt te worden’, schijnt te zijn gezegd.

Voor sommige schakende heren moet het ook wennen zijn geweest: verliezen van een vrouw was voor hen geen sinecure.

In tien jaar aan de top

Onmiskenbaar bleek Catharina over meer dan een gemiddeld  schaaktalent te beschikken. Reeds vijf jaar naar haar intrede in de schaakwereld was ze bij bondswedstrijden in 1935 in een groep van acht dames de sterkste schaakster van Nederland. Deze kampioenstitel herhaalde ze in 1936 en 1938, in 1937 werd zij voor het eerst afgetroefd door Fenny Heemskerk, die vooral na de Tweede Wereldoorlog het vrouwenschaak zou domineren.

Dankzij deze kampioenstitels kreeg Catharina internationale uitnodigingen. Daarbij sloeg de Rotterdamse opnieuw een uitstekend figuur. In  het Oostenrijkse Semming behaalde ze in juli 1936 in een twaalfkamp de gedeelde derde/vierde plaats. Een gedeelde tiende bereikte Catharina in Stockholm bij het wereldkampioenschap voor dames in 1937. Hieraan namen 26 speelsters deel.

In 1939 was Catharina, inmiddels de veertig al gepasseerd, vermoedelijk op het hoogtepunt van haar kunnen. In dat jaar speelde zij onder andere een match met de Duitse Sonja Graf, toen de op één na sterkste schaakster van de wereld. Ze verloor deze match eervol met 3-1.

De zevende plaats bij het wereldkampioenschap in Buenos Aires,waarin twintig deelneemsters uitkwamen, bewees dat zij de top inmiddels aardig genaderd was.

De politieke situatie in september 1939 veroorzaakte bizarre ontknoping van dit evenement voor haar. De heenreis per boot was nog probleemloos verlopen. Onvoorzien brak echter tijdens het toernooi, na de Duitse inval in Polen, de oorlog tussen Engeland en Duitsland uit. Duitsland waarschuwde schepen van geallieerden te zullen torpederen. De terugreis was hierdoor, zeker op het laatste traject van Londen naar Amsterdam, niet zonder risico. Dankzij een beschermd konvooi kwam Catharina uiteindelijk veilig in Antwerpen aan, na zo’n vier maanden van huis te zijn geweest voor dit Argentijnse avontuur.De oorlog onderbrak haar schaakcarrière. Of ze nog hoger had kunnen reiken, valt achteraf moeilijk vast te stellen. Zeker is dat zij een niet geringe te schatten prestatie heeft geleverd. Na haar dertigste begonnen met actief wedstrijdschaak, bereikte zij in tien jaar tijd een plek bij de top-tien van de wereld.

Toernooischaak in de naoorlogse periode

De oorlogstijd was een periode van stilstand in de schaakwereld. Internationaal kwamen nauwelijks ontmoetingen van betekenis tot stand. Dat gold evenzeer voor het damesschaak.

In het Nederland van de tweede Wereldoorlog had rivale Fenny Heemskerk inmiddels de hegemonie gegrepen. Toch kwam Catharina ook in de jaren vijftig zowel in Nederland als in buitenlandse toernooien nog tot prestaties die er mochten zijn. Daarvan getuigen een zesde plaats in het damestoernooi van Venetië van 1951, een gedeelde vierde plaats in de damesgroep van het Hoogoventoernooi van 1953 en een gedeelde derde plaats in het toernooi van Zagreb van 1954  voldoende.

Na het overlijden van haar echtgenoot in 1957 kwam er min of meer een eind aan haar internationale schaakcarrière. In 1964 werd ze, samen haar aloude rivale Fenny Heemskerk, toch nog gedeeld derde in het dameskampioenschap van Nederland. Nog steeds een prestatie als bedacht wordt dat zij toen al zevenenzestig jaren telde.

Het moet haar veel genoegen hebben gedaan dat juist de onderlinge partij tegen Fenny door haar werd gewonnen.

Op een wat lager plan deed Catharina Roodzant evenwel nog geruime duchtig van zich spreken. Zo bericht de RSB-spiegel (het blad van de Rotterdamse schaakbond) van maart 1986 over dameskampioenschap van de RSB dat ter ere van de inmiddels al 89 jarige schaakster, het Catharina Roodzand- toernooi werd genoemd.

Opmerkelijk hierbij was dat Catharina  zelf nog van de partij was met 13 andere dames, onder wie haar eigen dochter Ivy Mesman. De onderlinge tweestrijd liep op remise uit want, zoals het verslag meldt: ‘moeder speelt nu eenmaal met het mes op tafel’. De remise tegen haar lieve moeder kostte Ivy de tweede plaats

Gezin en werk

David en Catharina waren beide verknocht aan het schaakspel. En met hen de andere gezinsleden. Dat maakte het gemakkelijker de bijzondere schaakverplichtingen van moeder te accepteren . Zoals bijvoorbeeld het toernooi in Buenos Aires, waardoor zij vier maanden afwezig was. In veel gezinnen zou dit niet probleemloos zijn aanvaard. Overigens was vaak Catharina’s  moeder - “opoe Deelman - beschikbaar om het gezin bij te staan in deze situaties.

Ondanks de zeker voor de jaren dertig ongebruikelijke rol voor een vrouw in het gezin, slaagde Catharina er in de moederrol te vervullen.

Dochter Ivy zag in haar een heel zorgzame moeder, die altijd voor man en kinderen klaarstond.

Onvermijdelijk kregen de kinderen de liefde voor het schaakspel bijna letterlijk met de paplepel ingegeven, Ivy, John en Reginald schaakten allen.

De schaakvirus besmette ook de familierelaties. Ivy trouwde met Henk Mesman, een sterke wedstrijdspeler en hun zoon David Mesman nam het schaakvaandel weer over van zijn ouders  over.

Ook de echtgenoot van Reginald, Rie Roodzant-Baris werd een sterschaakster dankzij haar intrede bij de familie Roodzant. Evenals haar schoonmoeder nam ze deel aan het Nederlands Kampioenschap voor dames.

Het overlijden van David Roodzand na een langdurig ziekte in 1957 was een forse breuk in Catharina’s leven.

Zoals ze zelf zei: ‘de  zwaarste put in mijn leven’. Ze was inmiddels zestig jaar maar bleek nog over voldoende veerkracht te beschikken. De pensioenvoorziening van die tijd waren nog niet op het peil  van nu en Catharina was nuchter genoeg om de bakens te verzetten.

Via schaakkennissen kwam ze aan het werk: de eerste betaalde baan in haar leven! Tot haar zeventigste bleef ze werken, waarmee haar materiële zorgen voorbij waren.

Karakter en gezondheid.

Vooral de duur van Catharina Roodzants schaakcarrière is heel opmerkelijk. Bijna zeventig jaar actief schaken is weinigen gegeven.

Gezondheid maar vooral ook haar sterke wil en eigenzinnige geest zullen hieraan hebben bijgedragen. Een vrouw met eerzucht, met een sterke drang tot willen winnen, een passende karaktertrek voor wedstrijdsporters. Bovendien was ze leergierig, een eigenschap die absoluut nodig is  om de complexe schaaktheorie onder de knie te krijgen. Tot op hoge leeftijd sloeg ze haar schaakboeken erop na. Daarnaast bezat ze veerkracht om tegenslagen te kunnen overwinnen. Zoals ze zelf ooit heeft gezegd: Als je verliest, zet je de stukken op en probeert het opnieuw’.

Catharina was bepaald niet op haar mondje gevallen. In de jaren dertig had Max Euwe, bij haar bord kijkend, goedkeurend opgemerkt: ‘Goed zo moeder’ waarop Catharina hem terstond meldde dat zij zijn moeder  niet was. Ook op latere leeftijd stond ze in Rotterdamse  schaakwereld bekend om uitspraken die wel getuigden van gevoel voor humor. ‘Snotjongen, zal ik je een pak slaag geven’, kregen allerlei  mannelijke tegenstanders te horen, waarvan sommigen  hun pensioen al bereikt hadden.

Gezeur over gezondheid was niet aan haar besteed. Zelf heeft ze als recept voor een gezond leven wel eens gemeld:’ Uit de buurt blijven van dokters!’ Dat laatste is haar overigens niet altijd gelukt.

De latere jaren bracht ze verschillende vakanties met haar dochter en schoonzoon door. Ook na haar tachtigste maakte Catharina met hen nog bergwandelingen van vele uren. Tot haar honderdste woonde ze nog zelfstandig en kookte haar eigen potje. Ze was geen type om haar zaken uit handen te geven. Alleen bij het boodschappen doen kreeg  ze hulp.

Aan het zelfstandig bestaan kwam door een gebroken heup in 1996 een einde. Na revalidatie kwam ze in het verzorgingshuis Vredehagen  terecht. Ze miste daar de zelfstandigheid die zij zo op prijs stelde.

Catharina en het Rotterdamse schaakleven

Als schakende vrouw genoot ze natuurlijk al een grote bekendheid in het Rotterdamse schaakwereldje. Kenmerkend voor haar lange schaakloopbaan is het grote aantal schaakverenigingen waarbij zij heeft  gespeeld, zowel op de linker- als de rechter maasoever.

Wonend in Rotterdam zuid speelde ze eerst bij ‘ De Pion” (opgeheven via diverse fusies in ‘Charlois/Europoort’). Ze schaakte daarna bij ‘Kralingen’(nu schaakclub Rotterdam geheten’), NRSG’ (thans ‘NRSG/W. Steinitz’), ‘Regina’ (na fusie ‘ Schiebroek/westen/Regina’) en ‘Trianon’( ook versmolten in de vereniging ‘Charlois/Europoort’). In latere jaren werd ze lid van de vereniging ‘Charlois/Europoort en ‘Shah Mara’.Als honderdjarige bezocht zij nog steeds de schaaksociëteit Charlois waar schaakwedstrijden overdag werden georganiseerd.

Waarom al deze veranderingen? Soms ging het om het spelen op hoger niveau maar vaak ook was er sprake van praktische redenen. Zo vertrok zij naar ‘Shah Mata’ omdat haar schoonzoon Henk Mesman, die haar met zijn auto bracht,  bij die vereniging ging schaakte.

Haar betekenis voor de schaakwereld

Catharina moet haast wel een voorbeeldfunctie hebben gehad voor vrouwen die wilden gaan schaken. Het schaken trof en trekt niet altijd zoveel publiciteit. In de jaren dertig zal het dan ook weinig vrouwen zijn opgevallen dat een Rotterdamse mevrouw bijna de internationale damesschaaktop wist te bereiken. Wel was er in die jaren veel publiciteit  voor Max Euwe  die in 1935 wereldkampioen schaken werd.

In recente decennia is haar publicitaire  waarde door schaakorganisatoren beter onderkend.

Graag zagen zij Catharina als gast op hun toernooien, want hoe kon je nu beter leuzen onderstrepen als ‘schaken houdt de geest jong’ en schaken is niet aan leeftijd gebonden’.

Haar betekenis is wellicht het beste merkbaar door de talrijke blijken van verdienste die haar in haar leven zijn toegekomen. Bij het toernooi van Venetië in 1951 werd zij tot ereburger benoemd.

Het ere lidmaatschap van de Rotterdamse schaakbond werd  in 1970 uitgereikt.

Erelid werd zij voorts van haar schaakvereniging “het westen/Regina’.

Ook op nationaal niveau kreeg Catharina erkenning met de benoeming tot lid van verdienste van de KNSB (Koninklijk Schaakbond) in 1979.

Een opmerkelijke en belangrijke onderscheiding was die van ridder in de orde van Oranje Nassau in 1996, uitgereikt ter gelegenheid van haar 100ste verjaardag. Opmerkelijk, omdat zij deze onderscheiding vroeger - als voormalig socialiste- niet zou hebben gewaardeerd, zoals ze bij de uitreiking ervan ook toegaf.

De druk bezochte receptie in oktober 1996  in café Engels ter gelegenheid van een eeuw Catharina Roodzant onderstreepte nogmaals haar betekenis voor de schaakwereld. De jubilaris zelf was er trots op vijf generaties Roodzand-familie in gezondheid bijeen te zien.

Twee verengingen organiseerde herdenkingstoernooien met haar naam.

Het Catharina Roodzant-toernooi van de vereniging ‘Shah Mata’ beleefde in 1999 inmiddels zijn derde editie.

Een bijzonder eerbewijs is een half jaar na haar overlijden tot stand gekomen bij besluit van burgemeesters en  Wethouders van Rotterdam d.d. 21 september 1999 zijn in de aanbouw  zijnde woonwijk Nieuw Terbregge  een Catharina Roodzandhof en een Catharina Roodzantpad benoemd.

Een waardige manier om Catharina Roodzant, de schaakkampioene, voor de Rotterdammers in herinnering te houden.

Rotterdams Jaarboek 1999

  Terug naar het begin van deze pagina

Terug naar paragraaf XIII.42